Ga naar de inhoud

Tijdelijke actieDe eerste klanten krijgen 20% introductiekorting, zolang ik aan mijn eerste opdrachten werk.Bereken uw prijs

MonarchDrive
Donkere BMW op een Zuid-Europese kustweg bij avondlicht

7 september 2026 · 7 min lezen

Wat kost het écht om zelf naar Málaga te rijden?

Een rekensom met alle aannames op tafel: brandstof, tol, een hotelnacht en de twee werkdagen die u kwijt bent. Vervang mijn getallen door die van u. De som blijft staan.

Laat ik beginnen met wat dit niet is. Dit is geen reisverslag. Ik heb deze rit niet zelf gereden, en ik ga niet doen alsof. Wat u hieronder leest is een rekensom, met de aannames erbij en de bronnen erachter, zodat u elk getal kunt vervangen door uw eigen cijfer en kunt zien of de uitkomst verandert.

De aanleiding is een vraag die ik vaak krijg van ondernemers met een huis in Zuid-Spanje: is het niet gewoon goedkoper om er zelf even heen te rijden? Het eerlijke antwoord is dat het aan de pomp goedkoper lijkt en dat het dat op een ondernemersagenda zelden is. Hier is waarom.

De aannames

Ik reken met een rit van Utrecht naar Málaga in een BMW 530i op benzine, enkele reis, in het voorjaar. De afstand is ongeveer 2.300 kilometer; afhankelijk van uw route en vertrekpunt kan dat 2.250 tot 2.400 zijn. Ik ga uit van 700 tot 1.200 kilometer per dag, wat betekent dat u er twee dagen over doet met één overnachting onderweg.

Brandstof: ongeveer € 404

De BMW 530i staat op 6,3 liter per 100 kilometer volgens de WLTP-opgave. In de praktijk ligt dat tien tot dertig procent hoger, en boven de honderd kilometer per uur loopt het verbruik hard op door luchtweerstand. Volgeladen, op snelwegtempo, is 8,5 tot 9 liter per 100 kilometer een eerlijke aanname. Op 2.300 kilometer komt dat neer op ongeveer 200 liter. Dan de literprijs. Volgens het brandstofbulletin van de Europese Commissie van 19 oktober 2026 kostte Euro95 in Nederland € 2,39, in Frankrijk € 2,23 en in Spanje € 1,78; het gemiddelde over de 27 EU-landen was € 1,99. U begint dus duur, en het grootste deel van uw kilometers ligt op Franse snelweg. Gewogen naar de kilometers per land komt u op € 2,02 per liter: ongeveer € 404, oftewel € 0,18 per kilometer. Betaalt u structureel meer of minder, vul dat in; de rest van de som verandert niet.

Tol: ongeveer € 105

Frankrijk is het dure stuk: over de ruim duizend Franse kilometers betaalt u rond de € 105 aan tol. In Spanje hoeft het niets te kosten. De AP-7 langs de Middellandse Zeekust is sinds 2021 grotendeels tolvrij, en naast de tolwegen die er nog zijn, zoals tussen Alicante en Cartagena, ligt een gratis autovía. Wie toch de tolweg neemt, is een paar tientjes meer kwijt. Samen ongeveer € 105 enkele reis.

Eén nacht onderweg en eten: € 216

Bij twee rijdagen slaapt u één nacht ergens in Frankrijk. Een hotel aan de route met een afgesloten of bewaakte parkeerplaats, en met een volgeladen auto wilt u dat, kost afhankelijk van het seizoen en de plek tussen de € 90 en € 150. Ik reken met € 116, de middelste prijs van de hotels met vier of vijf sterren en parkeren die ik voor mijn eigen ritten bijhoud. Daar komt eten onderweg bij: wie elf- tot twaalfhonderd kilometer op een dag rijdt, eet onderweg en niet thuis. Twee dagen à € 50 is € 100. Samen € 216.

De optelsom tot hier: ongeveer € 725

Brandstof € 404, tol € 105, hotel € 116, eten € 100. Dat is ongeveer € 725 aan directe kosten voor een enkele reis. Rijdt u ook weer terug, dan verdubbelt dat naar zo'n € 1.450. Dit is het bedrag dat de meeste mensen bedoelen als ze zeggen dat zelf rijden goedkoper is, en tot hier klopt dat ook.

De cijfers die er meestal buiten blijven

Twee dingen ontbreken in die som. Het eerste is slijtage. De fiscaal onbelaste kilometervergoeding staat op € 0,23 per kilometer, en dat bedrag bestaat niet voor niets: het dekt niet alleen brandstof maar ook banden, onderhoud en afschrijving. Op 2.300 kilometer komt dat neer op ruim € 500 aan werkelijke voertuigkosten, waarvan mijn € 404 aan brandstof dus maar een deel is. Ik tel dat niet bij het totaal op, want dan zou ik dubbel rekenen, maar het laat zien dat € 725 aan de lage kant is.

Het tweede: uw eigen tijd

Dit is de post waar het voor een ondernemer op kantelt. Twee dagen heen, en als u terugrijdt nog eens twee dagen terug. Dat zijn vier werkdagen waarin u niet factureert, niet verkoopt en geen beslissingen neemt. Vul uw eigen dagtarief in. Is een werkdag € 500 waard, dan kost de heenrit u € 1.000 aan tijd en de retour € 2.000. Is een dag € 1.000 waard, dan verdubbelt dat. Reist u met partner of medewerker mee, verdubbelt het nog een keer.

Waar het op uitkomt

Voor een ondernemer die zijn eigen dag op € 500 waardeert, kost een enkele rit naar Málaga ongeveer € 725 aan uitgaven plus € 1.000 aan tijd. De directe kosten zijn dus zo'n 42 procent van de werkelijke prijs, en de rest is uw agenda. Dat is de reden dat de rekensom aan de pomp iets anders zegt dan de rekensom op de jaarrekening.

Wat u hiermee kunt

Neem deze getallen niet van mij aan. Vervang mijn verbruik door het verbruik dat uw boordcomputer laat zien, mijn € 2,02 door de prijs die u werkelijk aan de pomp betaalt, en mijn € 500 per dag door wat een dag u waard is. Als u er dan nog steeds uitkomt dat zelf rijden logisch is, dan is dat zo, en dan heeft u er tenminste een echte som onder liggen in plaats van een gevoel.

Klaar om uw auto de zorg te geven die hij verdient?

Vraag vrijblijvend een indicatie aan. U spreekt direct met mij.

Reactie binnen 24 uur · vrijblijvend